Student die medisch rekenen oefent
Medisch rekenen 24 oktober 2026 - 30 min oefenen

Medisch rekenen oefenen: 18 sommen met uitwerking

Leermeesterlijk Redactie
BBL-begeleiding in de zorg - Twente

Zo oefen je met deze sommen

Maak elke som eerst zelf, op papier en zonder rekenmachine. Schrijf vooraf op wat er ongeveer uit moet komen. Klik pas daarna op het antwoord. De formules staan uitgelegd in alle formules voor medisch rekenen.

Medisch rekenen leer je door het te doen. Hieronder staan 18 oefensommen, van eenheden omrekenen tot een som waarin je twee formules achter elkaar gebruikt. Bij elke som staat de uitwerking, zodat je ziet waar het misging als je antwoord niet klopt.

De getallen in deze sommen zijn bedacht om te oefenen. Het zijn geen doseringen van echte medicijnen; volg in de praktijk altijd het voorschrift en de afspraken van je afdeling.


Eenheden omrekenen

Som 1. Hoeveel milligram is 0,5 gram?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 500 mg.

Van gram naar milligram vermenigvuldig je met 1000. 0,5 maal 1000 is 500.

Som 2. Hoeveel milligram is 125 microgram?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 0,125 mg.

Van microgram naar milligram deel je door 1000. 125 gedeeld door 1000 is 0,125.

Som 3. Hoeveel milliliter is 1,2 liter?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 1200 ml.

Van liter naar milliliter vermenigvuldig je met 1000. 1,2 maal 1000 is 1200.

Milliliter per uur

Som 4. Een infuus van 1000 ml moet in 12 uur inlopen. Hoeveel ml per uur is dat?

Bekijk het antwoord

Antwoord: ongeveer 83 ml per uur.

1000 gedeeld door 12 is 83,3. Afgerond is dat 83 ml per uur.

Som 5. Een zak van 250 ml moet in 1 uur en 15 minuten inlopen. Hoeveel ml per uur is dat?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 200 ml per uur.

Reken eerst de tijd om: 1 uur en 15 minuten is 1,25 uur. 250 gedeeld door 1,25 is 200.

Druppels per minuut

Som 6. 1000 ml moet in 8 uur inlopen met een systeem van 20 druppels per ml. Hoeveel druppels per minuut?

Bekijk het antwoord

Antwoord: ongeveer 42 druppels per minuut.

1000 maal 20 is 20.000 druppels. 8 uur is 480 minuten. 20.000 gedeeld door 480 is 41,7, afgerond 42.

Som 7. 100 ml moet in 30 minuten inlopen met een systeem van 20 druppels per ml. Hoeveel druppels per minuut?

Bekijk het antwoord

Antwoord: ongeveer 67 druppels per minuut.

100 maal 20 is 2000 druppels. 2000 gedeeld door 30 is 66,7, afgerond 67.

Som 8. 60 ml moet in 1 uur inlopen met een microdruppelsysteem van 60 druppels per ml. Hoeveel druppels per minuut?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 60 druppels per minuut.

60 maal 60 is 3600 druppels. 1 uur is 60 minuten. 3600 gedeeld door 60 is 60. Bij een microdruppelsysteem is het aantal druppels per minuut gelijk aan het aantal ml per uur.

Dosering per kilogram

Som 9. Voorgeschreven is 15 mg per kg per dag, verdeeld over 3 giften. Het kind weegt 40 kg. Hoeveel mg per gift?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 200 mg per gift.

15 maal 40 is 600 mg per dag. 600 gedeeld door 3 giften is 200 mg per gift.

Som 10. Voorgeschreven is 0,1 mg per kg. De patiënt weegt 75 kg. Hoeveel mg geef je?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 7,5 mg.

0,1 maal 75 is 7,5.

De toe te dienen hoeveelheid

Som 11. Je moet 400 mg geven. In de ampul zit 200 mg per 5 ml. Hoeveel ml trek je op?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 10 ml.

400 gedeeld door 200 is 2. 2 maal 5 ml is 10 ml.

Som 12. Je moet 0,3 mg geven. De oplossing bevat 1 mg per ml. Hoeveel ml geef je?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 0,3 ml.

0,3 gedeeld door 1 is 0,3. Maal 1 ml is 0,3 ml.

Som 13. Je moet 750 mg geven. Een tablet bevat 500 mg. Hoeveel tabletten geef je?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 1,5 tablet.

750 gedeeld door 500 is 1,5.

Som 14. Je moet 2,5 mg geven. Het drankje bevat 5 mg per 5 ml. Hoeveel ml geef je?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 2,5 ml.

2,5 gedeeld door 5 is 0,5. 0,5 maal 5 ml is 2,5 ml.

Procenten en verhoudingen

Som 15. Hoeveel gram glucose zit er in 500 ml glucose 5 procent?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 25 gram.

5 procent betekent 5 gram per 100 ml. In 500 ml zit dus 5 maal 5 is 25 gram.

Som 16. Een oplossing is 2 procent. Hoeveel mg per ml is dat?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 20 mg per ml.

2 procent is 2 gram per 100 ml, dus 2000 mg per 100 ml. Gedeeld door 100 is dat 20 mg per ml.

Som 17. Je hebt een oplossing van 1:1000 en moet 0,3 mg geven. Hoeveel ml is dat?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 0,3 ml.

1:1000 is 1 gram op 1000 ml, dus 1 mg per ml. Voor 0,3 mg heb je 0,3 ml nodig.

Combinatiesom

Som 18. Voorgeschreven is 2 mg per kg. De patiënt weegt 50 kg. De ampul bevat 50 mg per 2 ml. Hoeveel ml trek je op?

Bekijk het antwoord

Antwoord: 4 ml.

Eerst de dosis: 2 maal 50 is 100 mg. Dan de hoeveelheid: 100 gedeeld door 50 is 2. 2 maal 2 ml is 4 ml.

Hoe ging het?

Had je de eenhedensommen goed en ging het mis bij de druppels of de verhoudingen, oefen dan die formule een week lang met één som per dag. Liep je al vast bij het omrekenen van gram naar milligram, dan zit het probleem een stap eerder. De nulmeting rekenen laat zien welk onderdeel van het rekenen eronder aandacht vraagt.

Twijfel je of je klaar bent voor de toets, lees dan wat er op de rekentoets in je BBL-opleiding staat.

Veelgestelde vragen

Hoe kan ik het beste medisch rekenen oefenen?

Elke dag een paar sommen werkt beter dan één lange avond. Maak de sommen zonder rekenmachine, schat vooraf wat er ongeveer uit moet komen en kijk pas daarna naar de uitwerking.

Welke sommen komen het meest voor bij medisch rekenen?

Eenheden omrekenen, ml per uur, druppels per minuut, dosering per kilogram, de toe te dienen hoeveelheid en procenten of verhoudingen. Lastigere sommen zijn bijna altijd een combinatie van twee van deze formules.

Mag ik afronden bij druppels per minuut?

Ja. Een halve druppel bestaat niet, dus je rondt af op een heel getal. Rond pas aan het eind af en niet tussendoor, anders loopt de afwijking op.

Weet eerst waar je staat

Doe een gratis nulmeting rekenen. Dan weet je of het aan de formules ligt, of aan het omrekenen van eenheden eronder.

Doe een gratis nulmeting Bespreek begeleiding

Heb je eerst een vraag? Mail ons via info@leermeesterlijk.nl.