De proeve van bekwaamheid in de zorg: hoe je je voorbereidt op een examen op de werkvloer
Kort antwoord
Een proeve van bekwaamheid is een praktijkexamen in de beroepspraktijk, waarin je een samenhangend geheel aan beroepstaken zelfstandig uitvoert. Je wordt beoordeeld op de uitvoering én op de onderbouwing: waarom deed je het zo. Hoe je je keuzes verantwoordt, hangt af van de examenopdracht.
Op je werk doe je veel van deze taken elke dag. Tijdens een proeve moet je laten zien dat je ze zelfstandig beheerst. De examenopdracht beschrijft wat je uitvoert en hoe je je keuzes verantwoordt, bijvoorbeeld in een gesprek achteraf.
Hieronder staat hoe de beoordeling werkt, wat je vooraf regelt en welke valkuilen je kunt vermijden.
Vraag je eigen examenopdracht en beoordelingsformulier op. In de SBB-tipkaart over beoordelen staat ook dat de opdracht, situatie en beoordelingswijze vooraf duidelijk moeten zijn.
Waarop je beoordeeld wordt
Een proeve kan één of meer werkprocessen uit je kwalificatiedossier toetsen. Het gaat om het geheel: voorbereiden, uitvoeren, aanpassen als de situatie verandert, rapporteren en verantwoorden.
- De uitvoering. Doe je de handelingen veilig, hygiënisch en volgens het protocol.
- De afstemming op de cliënt. Leg je uit wat je doet, vraag je toestemming, sluit je aan bij wat deze persoon aankan.
- Het klinisch redeneren. Waarom kies je hiervoor, wat zie je, wat betekent dat en wat doe je ermee.
- De rapportage. Feitelijk, volledig en leesbaar voor een collega die er niet bij was.
- De reflectie achteraf. Wat ging goed, wat zou je anders doen, en waarom.
De onderbouwing en reflectie verdienen aandacht naast de uitvoering. Twee mensen kunnen exact dezelfde handeling uitvoeren en toch verschillend scoren, omdat de één kan uitleggen waarom en de ander zegt: zo doe ik het altijd.
Laat zien wat je kunt en bereid je erop voor om je keuzes uit te leggen.
Wat je weken vooraf regelt
1. Vraag het beoordelingsformulier op
Begin bij de examenopdracht en het beoordelingsformulier. Op dat formulier staat exact waarop je beoordeeld wordt, vaak in criteria die letterlijk worden afgevinkt. Lees het door en oefen op die punten, niet op je gevoel van wat belangrijk is.
2. Bespreek de situatie met je praktijkopleider
Welke cliënten passen bij het werkproces, op welk moment van de dienst is er ruimte, en wat gebeurt er als een cliënt die dag niet wil. Een proeve die om half acht begint bij een cliënt die net onrustig is, begint met een achterstand die niet aan jou ligt.
3. Maak duidelijk wat de rol van je begeleider is
Mag hij bijspringen, en wat gebeurt er dan met je beoordeling? Een proeve vraagt om zelfstandige uitvoering. Bespreek vooraf hoe hulp vragen en ingrijpen voor de veiligheid worden beoordeeld. Weet vooraf hoe dat bij jou werkt, zodat je tijdens het examen niet aarzelt uit angst dat vragen punten kost.
4. Oefen het hardop uitleggen
Oefen met je begeleider het uitleggen van je keuzes. Spreek af wat je tijdens de uitvoering toelicht en wat je na afloop bespreekt. Houd daarbij rekening met de cliënt en de exameninstructies.
Vier valkuilen om vooraf te bespreken
Stil werken. Je voert de taak uit, maar licht je keuzes niet toe wanneer de opdracht daarom vraagt. Zorg dat je weet wanneer en hoe je die onderbouwing moet geven.
Het protocol niet raadplegen. Vraag vooraf welke protocollen en andere hulpmiddelen je mag gebruiken. Raadpleeg ze volgens de exameninstructies en leg uit hoe je de informatie toepast.
De cliënt vergeten in de spanning. Onder druk gaan mensen de handeling uitvoeren in plaats van de zorg verlenen. Praten tegen de cliënt, uitleggen wat je doet en toestemming vragen zijn dan het eerste wat wegvalt, en ze wegen zwaar mee.
De rapportage afraffelen. Het examen is niet klaar als de handeling klaar is. De rapportage en de reflectie horen erbij, en dat is het deel waar mensen na een intensieve ochtend doorheen jagen.
Op de dag zelf
- Zorg dat je rooster klopt en dat je collega's weten dat je examen hebt, zodat je niet tussendoor wordt weggeroepen.
- Neem tien minuten vooraf om het beoordelingsformulier nog één keer door te lezen.
- Begin met wat je altijd doet: handen, materiaal, cliënt informeren. Die vaste opening haalt de spanning eruit.
- Verantwoord je keuzes op de manier die de examenopdracht vraagt: tijdens de uitvoering of in het gesprek achteraf.
- Verandert er iets bij de cliënt, benoem dan wat je ziet en wat je daarom anders doet. Aanpassen aan een veranderende situatie is geen verstoring van het examen, het is precies wat er wordt getoetst.
Als het misgaat
Vraag bij een onvoldoende naar de herkansingsregels van je opleiding en naar concrete verbeterpunten. Vraag om dat punt in gedrag: niet 'onvoldoende klinisch redeneren', maar wat je precies had moeten zeggen of doen.
Bespreek welke criteria nog onvoldoende waren en maak samen een oefenplan. Spreek af wanneer je voortgang wordt bekeken en wat nodig is voordat je opnieuw examen doet.
Loopt het op meerdere fronten vast, bespreek het dan vroeg met je praktijkopleider. Wat je daarna kunt doen, staat in het artikel over dreigende uitval.
Veelgestelde vragen
Wat is een proeve van bekwaamheid?
Een examen in de echte beroepspraktijk, waarin je laat zien dat je een samenhangend geheel aan taken zelfstandig kunt uitvoeren. Je wordt beoordeeld op wat je doet én op hoe je je keuzes onderbouwt.
Wie beoordeelt de proeve?
Dat verschilt per school. Meestal een examinator vanuit de opleiding, vaak samen met iemand uit de praktijk. Je praktijkopleider begeleidt je ernaartoe, maar is niet altijd degene die het oordeel velt.
Wat gebeurt er als je zakt?
Vraag naar de herkansingsregels van je opleiding. Bespreek de beoordeling en maak een oefenplan op basis van de criteria die nog onvoldoende waren.
Mag je tijdens een proeve iets opzoeken?
Dat hangt af van de exameninstructies. Vraag vooraf welke protocollen en andere hulpmiddelen zijn toegestaan en hoe je je keuzes moet verantwoorden.
Hoe lang duurt een proeve?
De duur hangt af van de opdracht en de opleiding. Vraag de planning ruim vooraf op, zodat je er met je rooster rekening mee kunt houden.
Kort samengevat
- Een proeve beoordeelt niet alleen wat je doet, maar ook of je kunt uitleggen waarom.
- Lees het beoordelingsformulier weken vooraf en oefen letterlijk op die punten.
- Regel vooraf met je praktijkopleider welke cliënten, welk moment en welke rol hij heeft.
- Leg je keuzes uit op het moment en de manier die de examenopdracht vraagt.
- Vraag bij een onvoldoende naar de herkansingsregels en maak een gericht oefenplan.
Weet eerst waar je staat
Een proeve valt of staat bij het onderbouwen van wat je doet, in woorden. Een gratis nulmeting Nederlands laat zien of dat deel om aandacht vraagt.
Heb je eerst een vraag? Mail ons via info@leermeesterlijk.nl.